|
| 1 Wie zekerheid zoekt in de leerstellingen van anderen,
klampt zich in wezen vast aan de dood. Aan de gestolde, verstarde overblijfselen
van wat eens een dynamisch creatief proces was. Wie bereid is alle overleverde
(schijn)zekerheden te betwijfelen en zonodig los te laten indien ze de kritische
beschouwing niet doorstaan, houdt de onverwachte waarheid over. |
|
|
| 2 De Kabbala ('ontvangen leer' in het Hebreeuws)
vormt de omvangrijke Joods-mystieke literatuur waarvan de mondelinge traditie
minstens 2000 jaar oud schijnt te zijn. De bekendste delen ervan zijn het boek
Jezirah ('Schepping', 7e eeuw) en het boek Zohar
('Luister', 13e eeuw). Bijbehorende gedachtegang is hier
ongeveer als volgt: Om tot schepping, d.w.z. tot veelheid, te komen verbrak de Godheid diens oorspronkelijke eenheid en gaf ieder element van de
veelheid iets van Hetzelf mee. De hereniging van al deze 'splinters'
is dan de opgave van de mens. |
|
|
| 3 De Tau Te Tjing behoort met de Bijbel en Bhagavad Gita
tot de meest vertaalde boeken ter wereld. Alleen in de Engelse taal zijn er al
meer dan 100 versies bekend. Daarbij komt dat Chinese archeologen eind 1973 CE te
Ma-Wang-Tui ('Paardekoningsheuvel') o.a. twee zijden rollen met Tau
Te Tjing-tekst opgedolven hebben. De uit deze grafheuvel van 168 BCE
stammende geschriften zijn minstens 500 (-1000) jaar ouder dan de teksten waarop de tot
dan toe gangbare vertalingen gebaseerd werden, zodat een 'opruiming',
een 'schoonmaak' van de gedurende zo'n 2000 jaar aangebrachte
'verbeteringen' mogelijk werd. Hierbij stoten we dan echter op de
moeilijkheid dat personen die deze vertaalwerkzaamheden in onze tijd
onderhanden nemen vrijwel geen van allen nog enige kennis hebben van de
astrologische grondslagen die bij het denken uit de oudheid behoorden. Laat
staan van de symbolentaal van de ingewijden die hierbij gehanteerd werd.Als voorbeeld kan de titel, Tau Te Tjing, nader bekeken worden. Te, het
tweede woord in de titel van het Klassieke Boek (Tjing) over Tau en de Deugd
(Te), werd tijdens het ontstaan van de Tau Te Tjing symbolisch weergegeven
door een recht-toe-recht-aan kijkend oog, het hart, en een tekentje voor
beweging of gedraging. In latere tijden werd dit symbooltje steeds verder gestileerd, met als gevolg dat er nog maar weinigen zijn die zien dat dit een
symbolische weergave is van de zonnebaan, de dierenriem, het 'gele pad'
(= rechteroog en hart-pad). Oftewel precies wat we meestal met de term
Horoscopie (lett.: 'Wachter van het uur') aanduiden. Dit is de weg der
'persoonlijken', waar Confusius zich zorgen over maakte. (Zie hiervoor
o.a. 'De Oude Visser' van Zhuang Zi.) In de meeste Tau Te
Tjing-vertalingen worden deze 'persoonlijken' aangeduid met termen
als 'het volk', 'menselijken', 'humanen',
'humanisten', 'aardlingen', 'vochtigen',
'weldoeners' enz... De hier opgenomen citaten uit de Tau Te Tjing zijn gefundeerd op de Ma-Wang-Tui
vondsten, die enige afwijking in de indeling van de 'hoofdstukjes'
vertoonden. Wanneer deze hier geciteerd worden, verwijzen de nummers tussen
{accolades} naar de hoofdstukindeling die afgelopen millennia gangbaar geweest
is. Het direct toepassen van de nieuwe nummering leek me in deze publicatie nog
niet gepast, zodat aanduidingen van de gangbare ordening gehandhaafd werden
naast de oorspronkelijke (verborgen) chronologische ordening van de Tau Te
Tjing. |
|
|
| 4 Een historisch voorbeeld van deze inschatting valt bij
Plato te lezen; in diens 'Apologia' (verdedigingsrede):"(...). Toen Chaerophon dus in Delphi arriveerde, bestond hij het aan
het orakel de volgende vraag voor te leggen. En ik zei al, heren, nu moeten
jullie niet protesteren. Hij vroeg namelijk of er niemand bestond die wijzer was
dan ik [Socrates]. De Pythia antwoordde nu dat niemand wijzer was. En
daarvan kan zijn broer, die hier aanwezig is, voor jullie getuigen, omdat de man
zelf al dood is. Nu moeten jullie eens bedenken welke bedoeling ik heb met dit
verhaal. Ik wil jullie namelijk uit gaan leggen waar die laster over mij vandaan
komt. Want toen ik dat gehoord had, dacht ik bij mezelf het
volgende: Wat bedoelt de God toch, wat wil hij te kennen geven met
zijn raadselachtige uitspraak? Want ik voor mij ben mij er van bewust niet wijs
te zijn, niet in hoge mate en zelfs niet in geringe mate. Wat kan Hij bedoelen,
als Hij beweert dat ik de meest wijze ben? Eén ding is zeker: liegen doet Hij
niet, want dat past Hem niet. En lange tijd verkeerde ik in onzekerheid over de
vraag wat Hij toch bedoelde. Daarna ben ik, ofschoon ik het amper durfde,
begonnen met een onderzoek in deze trant: ik ging naar iemand onder degenen die
de naam hebben wijs te zijn om, indien ergens dan daar, de uitspraak van het
orakel te kunnen weerleggen en aan de orakelgod te laten zien; die man is wijzer
dan ik, maar U hebt gezegd dat ik het ben. Toen ik dus die eerste man testte -ik
hoef hem wel niet bij naam te noemen, maar, Atheners, het was een van onze
staatslieden waarbij ik zoiets meemaakte- , toen ik hem aan de tand voelde en
toen ik met hem praatte, bleek mij dat die man wel wijs leek in de ogen van veel
andere mensen en vooral ook in zijn eigen ogen, maar dat hij het niet was.
Daarna probeerde ik hem te laten zien dat hij wel meende wijs te zijn maar dat
hij het niet was. Het gevolg was dat ik mij de vijandschap op de hals haalde van
die man en van veel mensen onder de aanwezigen. Toen ik wegging, beredeneerde ik
dus bij mijzelf dat ik wijzer ben dan die mens. Want het is niet onmogelijk dat
geen van ons beiden iets weet wat mooi en waardevol is, maar die man meent iets
te weten, terwijl hij het niet weet, en ik heb, overeenkomstig het feit dat ik
het niet weet, ook niet de pretentie het te weten. Hiervan uitgaande ging ik
naar iemand anders onder degenen die de naam hebben wijzer te zijn dan hij, en
mij bleek weer hetzelfde. Daarna ging ik dus het hele rijtje af. Ik merkte
daarbij wel, tot mijn leedwezen en mijn ontzetting, dat ik mij gehaat maakte;
maar toch leek het mij een onontkoombare opdracht het grootste gewicht te
hechten aan de uitspraak van de god. (...)" |
|
|
|
|
|
|