| Wat samentrekken gaat was eerst uitgestrekt. |
| Wat verzwakken gaat was eerst krachtig. |
| (Aan) wat verlaten wordt werd eerst deelgenomen. |
| ... |
| Wat weggegrist wordt werd eerst ontvangen. |
| Dit heet subtiele klaarheid. |
| ... |
| Het zachte en zwakke overwinnen het krachtige. |
| Vis kan niet buiten het diepe water zwerven. |
| De voordeelschaal des Rijks kan de mensen niet getoond worden. |
| ... |