| Allen onder de hemel noemen mij groot. (*) |
| Groot maar schijnbaar een mislukte. |
| Juist omdat ik een mislukte schijn kan ik groot zijn. |
| Beduidend als anderen; hoe lang zou dat groots zijn? |
| ... |
| Waarlijk heb ik drie duurzame kostbaarheden die ik bewaak en waardeer. |
| De eerste heet Mededogen, de tweede heet Spaarzaamheid, |
| de derde heet Niet Vooraanstaand Durven Zijn Bij Al-Onder-De-Hemel. |
| ... |
| Door waarlijk mededogen kan ik dapper zijn, |
| spaarzaam durvend kan ik grootmoedig zijn. |
| Door het niet vooraanstaand durven zijn bij al-onder-de-hemel, |
| kan ik de oudere zijn. |
| Maar nu verwerpt men het grootse mededogen en is toch dapper, |
| verwerpt de grootse spaarzaamheid en is toch grootmoedig, |
| verwerpt het grootse achterblijven en is onovertroffen; |
| dit begunstigt zeker de dood. |
| ... |
| Waarlijk meedogend is aanvallen begunstigend, |
| verdedigend is standhouden begunstigend. |
| Wanneer de hemel wil beschermen, |
| doet ze dat door het omgeven met een krans van mededogen. |
| ... |
| ... |
| ... |
| ... |
| ... |
| ... |
| ... |
| (*) Ook wel vertaalt met 'conventioneel'. Het Chinese woord is gelijkluidend aan 'klein'. |