| Mijn woorden zijn gemakkelijk te kennen, |
| erg gemakkelijk te praktiseren. |
| Maar geen persoonlijke kan ze begrijpen |
| en geen kan ze praktiseren. |
| ... |
| Mijn woorden hebben een oorsprong, |
| mijn handelingen hebben een samenvattend beginsel. |
| ... |
| Waarlijk. Het is slechts onbekendheid hiermee, |
| waarom men mij niet begrijpt. |
| Mij begrijpen is weinigen vergund, zodoende ben ik veredeld. |
| ... |
| De klinker draagt dan ook grove wol over de schouders, |
| maar draagt jade in diens innerlijk. |
| ... |