DE KIP EN HET EI (1)

 
     
     
  Wat was er eerst? De kip of het ei?  
     
  In een spontane reactie zullen Oosters georiënteerden naar  
  het ei neigen, Westers georiënteerden naar de kip.  
     
  Na de spontane reactie komt het verstand. De dualiteit wordt overzien  
  en er wordt besloten dat de vraag niet te beantwoorden valt.  
  Daarmee wordt dan echter de kwestie in z'n geheel verworpen.  
     
  'To be, or not to be, that is the question.'  
    (W. Shakespeare; Hamlet III, 1603 n.Chr.)  
     
  '(...) : Voordeel mag dan komen van zijn,  
    maar van het niet-zijn komt het nut.'  
    (Lau Tzu; Tau Te Tjing XI, ± 600 v.Chr.)  
     
  Van deze twee uitspraken, zou die in het eerste citaat gezien kunnen worden  
  als formulering van de Westerse vraag, de tweede als het Oosters antwoord.  
     
  Kort samengevat staat hierboven het onderwerp van de dubbele schepping,  
  zoals deze vanuit verschillende invalshoeken (o.a. diverse scheppingsverhalen  
  en toelichtingen bij de I Tjing) benaderd is.  
     
  Het alternatieve antwoord op de openingsvraag luidt: 'De broedende hen',  
  d.w.z. beiden!   
     
  De broedende hen staat symbool voor de ongedeelde natuurlijkheid; het  
  zonder bewustzijn en zonder twijfel eenvoudigweg de hoogste natuurwet volgen.  
  In andere gevallen is er sprake van keuze, nl. tussen zijn en niet-zijn.  
  En waar keuze is, bestaat waarderingsverschil.  
   
  ...............................................om een worm trekkende kuikensAfb.18  
  © Deze afbeelding zal beeldrechtelijk beschermd zijn maar werd hier opgenomen als 'fair use'
 
     
  Om tot de grondslag van het leven te kunnen komen zullen we die tweeledigheid,  
  het òf - òf denken van de wereld der dualiteiten en causaliteit, weer tot een eenheid  
  moeten herleiden.  
     
  Dit is een levenstaak. Verwacht dus niet de oplossing op Internet te kunnen vinden.  
  Hier komt slechts het verslag van een zwerver die voorbij bekende grenzen ging en  
  daar onverwachte samenhang vond.  
     
  In de natuur zien we zo'n tweedeling bij zon en maan, terwijl hun onderlinge  
  samenwerking -zoals die zichtbaar is in de diverse schijngestalten van de maan-   
  de vanuit de aarde ervaarbare eenheid vormt.  
   
  ............alchemistisch verknoopte drakenAfb.19  
     
  Tussen zon en maan bestaan er enkele principiële verschillen.  
  De maan is een satelliet van de aarde, terwijl aarde+maan om de zon bewegen.  
  Vanuit de aarde bezien levert dit verschil twee banen op waarlangs de hemellichamen  
  om ons heen bewegen; nl. één baan van de maan en één baan van de zon+planeten.  
     
  Nu ben ik geen begaafd wiskundige, maar ik wil proberen de grote lijn van de  
  redenering voorstelbaar te maken:  
     
  - Het hemelgewelf wordt ingedeeld in een cirkelvormige baan van 360 graden, zodat  
- er een plaatsbepaling van de hemellichamen (om de aarde) mogelijk wordt. (17)  
     
  - De omlooptijd van de maan om de aarde is ongeveer 27½ dag.  
  - 27½ dag = één maanmaand = één maancyclus (maanomwenteling).  
     
  - De omlooptijd van de aarde om de zon (schijnbaar van de zon om de aarde door de  
  -dierenriem) is ± 365.25 dagen = één zonnecyclus.  
     
  - Een jaar heeft 12 maanden, maar 13 maanmaanden.  
   
  maanfasen kaartAfb.20  
     
  Door niet òf zon òf maan als uitgangspunt van beschouwing te nemen maar  
  de samenwerking van beiden, zoals voor de hele wereld zichtbaar in de  
  maanfasen, wordt het verband duidelijk.  
  Het aantal fasen-cycli bedraagt nl. 12 per jaar.  
     
  (Ten gevolge van het schijnbare voortschrijden van de zon valt het moment van  
  volle maan ± 2½ dag later per maancyclus, dus 27½ + 2½ = 30 graden  
  verplaatsing.)  
     
  De 12 fasencycli (12 maal volle maan) zijn dus te combineren met de 12  
  zonneregionen die in het Westen bekend zijn als de dierenriemtekens.  
     
  Nu zal menig wiskundige of astronoom wel bezwaar maken tegen de zojuist door mij  
  gehanteerde onnauwkeurigheid, maar de kern is dat 27½* en 30*-eenheden van  
maan en zon te combineren zijn door de fasencyclus als uitgangspunt te nemen. (18)  
  Het rekenen met zulke fasen-cycli was in de oudheid alom gebruikelijk en is  
  ook nu nog in verschillende culturen gangbaar. De Islamitische  
  kalender bijvoorbeeld. Hier telt het (maan)jaar zes maanden van dertig-  
  en zes maanden van negenentwintig dagen.  
     
  Aangezien de dualiteit nu grofweg herleid is tot de onderlinge samenwerking der  
  tegendelen (=dialectiek), wordt het tijd voor een specifiekere beschouwing.  
     
  Vanuit de aarde bezien zijn er eigenlijk twee verschillende paden aan de hemel :  
de baan van zon t/m saturnus (19) en de baan van de maan.  
     
  De baan van zon t/m saturnus behoort bij het (bewust) zichtbare, de zintuiglijk  
  waarneembare vormen, het objectieve, het zijn.  
  De baan van de maan daarentegen behoort bij het licht in de duisternis,  
  het innerlijk waarneembare, het subjectieve, het niet-zijn.  
     
  In tegenstelling tot de zonnebaan, welke vrijwel cirkelvormig is,  
  blijkt de maanbaan elliptisch te zijn; ei-vormig.  
Enigszins overdreven voorgesteld (20),  
  zien deze twee banen er gezamenlijk als volgt uit:  
   
  kruisende paden  
       
     
     
  Zwarte Maan symbool    
= hierbij het punt waar de maan het verst van de aarde
verwijderd staat; het Perigeum. Ook wel Zwarte Maan genoemd.
 
Priapus symbool    
= het punt waar de maan het dichtst bij de aarde staat;
het Apogeum. Ook wel Priapus genoemd. (21)
 
  Zwarte Zon symbool    
= het punt waar de afstand tussen zon en aarde het grootst is;
het Aphelium. Ook wel Zwarte Zon genoemd.
 
diamant symbool    
= het punt waar de afstand tussen zon en aarde het kleinst is;
het Perihelium. Ook wel Diamant genoemd. (22)
 
     
  Bij Zwarte Zon neemt de zon de duistere rol van ster in en zendt primaire energie  
  naar de aarde. Als 'ster' i.p.v. als 'coördinator van een planetenstelsel' heeft de hier  
  vanaf stammende energie een autocratisch en ongeordend karakter.  
   
  .................................Zwarte Zon Afb.22  
     
  Bij Diamant is deze energie vrijwel op en wordt het werk beëindigd. De beweging is  
  dan 'gestold' in z'n uiteindelijke vorm.  
  De Diamant wordt wel gezien als de Toetssteen der Wijzen; de zaal vol edelstenen die  
  niet te bewaken valt (vgl. TTT IX).   
  Voor de Europese alchemisten was dit het punt van waar het 'goud' uit het 'lood'  
  gedestilleerd moest gaan worden. In het Verre Oosten wordt de Diamant wel 'het  
  weten der ouden' genoemd en vooral door op Boeddha- en Confucius georiënteerden  
  hoog geacht.  
   
  ..................................alchemistisch verteren beginstadiumAfb.23  
     
  Voor de minder conservatieve oosterling is dit echter 'De bloem waaraan niet  
  vastgehouden zou moeten worden' (in het Westen ook wel 'de roos'). Op deze  
  wijze wordt er o.a. naar verwezen in TTT XXXVIII.  
   
  ................................alchemistisch verteren gaat geleidelijkAfb.24  
     
  Soms wordt er naar deze kennis (='Gnosis' in Grieks) zelfs verwezen als 'De droesem'  
en de bron van con-fu-sion; verwarring. (23)  
   
  ............................................alchemistisch verteren heeft onthechtingAfb.25  
     
  Indien de individuele ontwikkeling zodanig geweest is dat degene die aan deze  
  toets(steen) blootgesteld wordt diens krachten vrijwillig in dienst van het Waarheids-  
  lievende ingezet heeft, dan kan het ego (Zon/Saturnus) hier overstegen worden.  
  Wie zichzelf (Zon/Saturnus) hoog acht zal blijven steken in lege vormelijkheid.  
   
  gedicht-pagina GoetheAfb.26  
(24)  
   
 
............................................alchemistisch onthecht als een babyAfb.27
 
   
  gedicht-pagina TraegerAfb.28  
(25)  
     
Wie de ijdelheid van alle streven in kan zien, zal hier tot overgave komen. (26)  
   
  geleerde contempleert de maanAfb.29  
     
  Na een gepaste rusttijd kan dan vervolgens het werkelijke goud uit het lood  
  gedestilleerd gaan worden;  
  de wijsheid die in de ervaringsberg van beproevingen verborgen ligt.  
   
  haas kruipt in hol onder alchemistische bergAfb.30  
     
  Het zal nauwelijks verbazing wekken dat bij bovenstaande opgave het aangeboren  
  temperament een flinke rol speelt. Het moet nl. tot dienstbaarheid gekomen zijn,  
  terwijl bovendien de conditioneringen van aan de sekse verbonden gedragingen  
  zowel als de routine van de afgelopen bezigheden losgelaten moeten worden.  
     
  Dit zijn geen geringe veranderingen die op korte termijn doorgevoerd kunnen worden.  
  Het doet denken aan het ontpoppingsproces van de rups tot vlinder en zodoende aan  
de tijdsschaal van Saturnus. (27)  
     
  De Diamant is het punt waar 'De Verlichting' intreedt, hetgeen overigens ook fysiek  
merkbaar is (vgl. #30, waarbij sprake is van twee vuren). (28)  
   
  gedicht-pagina ruckertAfb.31  
(29)  
   
  ..............................................alchemistische moeder verschijntAfb.32  
     
  Aangezien er over 'Verlichting' en 'Steen der Wijzen' nogal wat verwarring bestaat,  
  zal hier gaandeweg wat extra aandacht aan besteed worden. Alvorens na deze korte  
  beschrijving van Zwarte Zon en Diamant over te gaan op de beschrijving van Zwarte  
  Maan en Priapus, wordt er eerst een beschouwing van de gehele zonnebaan geven.  
     
  Interessant is met name de aard/opbouw van de dierenriem; de baan om de aarde  
  waar zon, mercurius, venus, mars, jupiter en saturnus zich langs schijnen te begeven,  
  omdat deze een gelegenheid biedt de ons omringende tijd/ruimte in 12 sferen te  
verdelen, tekens genaamd. (30)  
     
  In het Verre Oosten is het gebruikelijk om het centrum van iets, het hart, als locatie  
  van diens essentie te beschouwen. In het Westen is dit niet meer het geval. Nòch het  
  centrum van de zonnebaan, nòch het centrum van de tekens, nòch het centrum van  
  de zon worden als essentieel beschouwd. Hoe kon dit hier zo verdrongen raken?  
     
  Ongetwijfeld hebben er zeer veel factoren een rol gespeeld. Zo was er in het Westen  
  een hardnekkig misverstand tot populariteit gekomen. Dit veronderstelde ondanks de  
  reeds lang bekende heliocentrische theorieën als van de Griek Aristarchus van Samos  
(ca. 310 -230 v.Chr.) dat de aarde plat was en de zon hier omheen bewoog. (31)  
     
  Toen deze dwaling uiteindelijk, na veel beroering, uit de wereld geholpen was, had de  
  zon extreem veel aandacht gekregen. Allen waren het er zowat over eens geworden:  
  'Alles draait om de zon'.  
     
  De geloofwaardigheid der astrologen en spirituele leiders, die in hun benaderingen  
  gebruik maken van de schijnbare planeetbewegingen om de aarde, werd hierdoor  
  flink aangetast. De scheiding tussen astrologen en astronomen voltrok zich en zoals  
  dat bij scheidingen gaat; die hebben meestal een min of meer gewelddadig karakter  
  waarbij de verschillen benadrukt worden i.p.v. de gemeenschappelijkheid. Elkaar over  
  en weer verwijten makend op een niet al te genuanceerde manier.  
     
  De astrologen waren in de positie geraakt dat ze zich moesten verdedigen.  
  Niet alleen tegen de zich afscheidende wetenschap maar ook tegen de 'kerk', die tot  
  in de middeleeuwen ijverig bezig was geweest de astrologie voor zichzelf te claimen  
  en voor het volk versluierd te houden, maar zich nu openlijk achter de nieuwe  
  wetenschap schaarde en de astrologie (althans voor het grote publiek) de rug toe  
  ging keren. Ja zelfs ging vervolgen.  
   
  ............................................het zwijgen opleggen als beeldAfb.33  
     
  Vanuit deze positie, in het kruisvuur tussen 'wetenschap' en 'kerk', ontstond een  
aandrang om de in diskrediet gebrachte bezigheid te gaan 'bewijzen'. (32)  
     
  De tot dan toe vooral religieus/symbolische benadering der astrologie  
  'verwetenschappelijkte'. De nadruk verschoof daarmee van het subjectief  
  wezenlijke (de zin van iets) naar het objectief waarneembare (de  
  functies van iets). We zien ook Europa's begin met automatisering  
  en de opwaardering van rationaliteit.  
     
  Was ze eens geschikt als draagster van de hoogste inzichten (d.w.z. in verband met  
  de zin van het leven), nu verviel de astrologie tot in de diepten der aarde. Miskend en  
  gemarginaliseerd oefende ze bovendien aantrekkingskracht uit op mensen die graag  
  in troebel water vissen.  
     
  De diepere inzichten gingen verloren of kwamen bij geheime genootschappen terecht.  
  Het streven naar macht of eer(herstel) van de astrologen deed de aandacht  
  verschuiven naar de 'verschijningsvormen' en 'resultaat'.   
     
  Het moment dat iets verscheen werd dus belangrijker. In eerste instantie was dit nog  
  het verschijnen van een planeet in een teken, later werd dit verder gedegradeerd  
  naar het verschijnen van planeten aan de horizon.  
     
  Dit leidde tot diverse zgn. 'huizensystemen'. Vooronderstelling hierbij was, dat er  
  analoog aan de twaalf dierenriemsectoren ook twaalf aarde-sectoren te  
  onderscheiden moesten zijn, die uitsluitsel konden geven over het terrein  
  waarop (of van waaruit) bepaalde krachten werkten.  
  Het grote probleem hierbij was dan weer waar de grenzen (hoorns of cuspen  
  genoemd) bij deze indeling geplaatst moesten worden.  
     
  Meer en meer aandacht voor technische grensbepalingen (in dit geval van de  
  persoonlijk/plaatselijke horizon), minder en minder voor de centrale waarde.  
     
  De meeste van deze momenteel onder astrologen populaire huizensystemen zijn  
  theoretisch zowel als praktisch nogal onbevredigend. (Waarbij ik niet ontken dat er zo  
  nu en dan spectaculaire conclusies uit afgeleid kunnen worden.)  
  Voor universele doeleinden zijn deze huizensystemen in ieder geval te beperkt.  
  Daarvoor is een ordening nodig die zowel met de zeer oude richtlijnen en eerder  
  genoemde fasen theorie overeen komt (die o.a. in de TTT en I Tjing herkend kunnen  
  worden), als dat deze verenigbaar moet zijn met de modernste opvattingen der  
  fysici met betrekking tot velden/veldlijnen die in ieder elektromagnetisch veld  
  herkend kunnen worden. (Ook de aarde wordt omgeven wordt door zo'n veld.)  
Aan het einde van deze introductie kom ik hierop terug. (33)  
     
  Het historische verloop toont niet alleen dat de astrologie haar centrale positie verloor  
  als hoogste 'weten', maar tevens dat ze hierdoor in een positie kwam die a.h.w.  
  uitnodigde tot niet-centrale bezigheden.  
     
  Dit leidde tot de merkwaardige situatie waarbij de Zon in de Westerse astrologie zo  
  ongeveer 'gepromoveerd' werd tot hoogste leider. Deze vertegenwoordigde tenslotte  
  zowel 'status' en 'roem' als 'glorie', terwijl hij bovendien alom gewaardeerd werd als  
  het centrale en voor iedereen zichtbare fysieke hart van het zonnestelsel.  
   
  .......................................de zon gekarakteriseerdAfb.34  
     
  Nu wordt het hart eigenlijk over de gehele wereld wel als verblijfplaats van het  
  hoogste in de mens beschouwd, waarbij het symbool staat voor het-leven-  
  aandrijvende, maar dit betekent dan dat hier zowel de lage hartstochten als de  
  hogere zielskrachten, de idealen, van uit kunnen gaan.  
     
  Aandacht voor de inhoud van het hart (de opdracht van de 'generaal' in een meer  
Oosterse visie) was in het Westen grotendeels verloren gegaan. (34)  
  De Zon werd in het Westen voortaan beschouwd als de opdrachtgever zèlf. De  
  uitvoering van opdrachten werd hier vervolgens bij voorkeur aan de andere planeten  
  van het zonnestelsel overgelaten. In eerste instantie aan Mercurius, de uiterst  
beweeglijke 'bode der goden'; bemiddelaar bij uitstek tussen 'hoog' en 'laag'. (35)  
     
  De dierenriemtekens die de 12 stadia van een seizoenencyclus vertegenwoordigen,  
  werden overeenkomstig de 'promovering' van de Zon eveneens aan herwaardering  
  onderworpen. Ze worden sindsdien beschouwd als de 12 onderdelen van de hemel.  
  De kennis van de erin verborgen liggende inhoud was echter grotendeels verloren  
  gegaan en wat over bleef was de schijnbare voortgang van hemellichamen door de  
  tekens die nu nog slechts de periodiciteit van iedere cyclus konden symboliseren;  
  opkomst, bloei, verval en ondergang. Kortom: noodlot.  
     
  De gebondenheid van deze beweging, de beperking van de zonne-invloed, wordt over  
  de gehele wereld (astrologisch) beschouwd als de beperking van het bewust zichtbare  
  en staat zodoende symbool voor de bewustzijnsgrens. Deze grens, deze biologische  
  beperking, wordt gevormd door wat we het chronologische tijdsverloop noemen.  
  De bindende, beperkende werking binnen de zonnesfeer wordt door de planeet  
  gesymboliseerd die (zichtbaar) het verst van de zon verwijderd staat. We kennen  
  deze planeet onder namen als 'C(h)ronos', 'Heer van Karma' of 'Saturnus' (saturnus).  
     
  Het is deze Saturnus (saturnus) die vanouds de gangbare persoonlijk/empirische  
  wereldbeschouwing symboliseert. In diverse scheppingsverhalen komen we dit tegen  
  bij de eerste mensen die in grotten wonen en zich naar het licht op moeten werken in  
  de loop van vele generaties.  
  Volgend (bewerkte) voorbeeld hiervan is weliswaar beroemd geworden,  
  maar slechts door weinigen begrepen:  
     
  'In zijn (saturnus ), gelijken (saturnus ) we op gevangenen (saturnus ) in een grot (saturnus ),  
  Starend (saturnus ) naar de kale (saturnus ) rots (saturnus ) wanden (saturnus ) zien we  
  bewegende schaduwen (saturnus ).  
  Schaduwen van dingen (saturnus ) die achter (saturnus ) onze (saturnus ) rug (saturnus ),  
  onzichtbaar voor ons (saturnus ) voorbij (saturnus ) gedragen (saturnus ) worden (saturnus ).  
     
  Een groot vuur, buiten onze waarneming, werpt er z'n licht op.  
  We keren ons niet om en de oorzaak van de schaduwen ontgaat ons.  
  Wat we wél zien, beschouwen we als de echte concrete wereld;  
  de wereld van de zintuiglijke waarneming.  
  Indien één van de gevangenen de kracht en moed op zou brengen  
  zich om te keren en de grot uit te klimmen,  
  dan zou hij de oorzaken van de schaduwen zien, de essenties zelf.  
  De grot helemaal verlatend, zou hij -na zijn pijnlijk geprikkelde  
  ogen uitgewreven te hebben- de lichtbron aanschouwen.  
  Keerde hij na de geboorte van dit inzicht nog terug naar de grot,  
  dan zou wel niemand van de aanwezigen zijn fantastische verhalen  
  geloven.  
  Een eenling zou hij zijn, zich geroepen voelend zijn medemensen uit hun  
  afgesloten wereld op weg te geleiden. Zou hij hen vertellen over het  
  schaduwkarakter van hun wereld, hij zou onbegrepen blijven.  
Slechts wie uit de grot klimt, kan [er] inzien.' (36)  
     
    (Plato, 428-348 v.Chr., leerling van Socrates,  
    in diens parabel op de kennisleer 'Politeia').  
   
  plato's grotAfb.35  
     
  In de I Tjing kunnen we soortgelijke ideeën aantreffen. Vergelijk bijv. de  
  hexagrammen... #54,. #29,. #471, .#73,. .en . .#492,. #204,. #206.  
  Ook de overeenkomst met o.a. hoofdstuk XLII van de Tau Te Tjing is opmerkelijk.  
     
  Om nu het beeld van noodlottige kringetjes draaien te kunnen veranderen in  
  een driedimensionale beweging, d.w.z. met inhoud (zoals een cilinder), moet  
  er eerst iets ingevoerd worden dat niet (meer) bekend is; de verticale  
component van de dierenriemtekens. (37)  
   
  .............................de bron van wijsheidAfb.36  
     
  Chronologische voortgang, het voortschrijden van de (cyclische) tijd,  
is als het aftellen van de levensklok. (38  
  Iedere tik biedt echter de gelegenheid het actuele om te zetten in geestelijke  
  expansie. Hetzij langs intuïtieve-, intellectuele-, ervaringsmatige-, of emotionele weg.  
  Dit proces voltrekt zich via reflectie. De gebeurtenissen zijn grotendeels uiterlijk  
  en worden via opname, via een spiegel, verinnerlijkt.  
  Zoals de maan de spiegel is van het zonlicht, zo gebeurt bewustzijnsgroei gespiegeld  
  aan het beleefde.  
  De in vergetelheid geraakte fijnere onderverdeling der tekens, in 12  
  eenheden van 2½ graad die als het ware de verticale dimensie van de vlakken  
vormen, heeft dienovereenkomstig een spiegeling in diens structurele opbouw. (39)  
     
  Deze fijnere onderverdelingen worden 'tempels' genoemd in de I Tjing. Dit geeft  
  ook treffend hun spirituele karakter weer. De volledige benaming is eigenlijk 'tempels  
  der voorvaderen', waarmee o.a. aangegeven wordt dat er een uitdrukkelijk  
  tijdsaspect aan verbonden is. Ze bevatten het verinnerlijkte, de essentie van het  
  verleden dus, zoals ieder bewustzijn zich gevoed heeft met hetgeen uit het  
  verleden opgenomen kon worden (vgl. hexagram #16, vertaling R.Wilhelm).  
     
  Het offeren aan de (geesten der) voorouders is in China een hooggeacht en  
  wijdverbreide handelwijze waarvan aangenomen kan worden dat ze zowel voor het  
  individu als voor diens omgeving, en daarmee voor de toekomst van alle  
  betrokkenen, een overwegend gezonde uitwerking heeft. Los van  
  de vraag of de overledenen nog als bewuste identiteiten bestaan en hier  
  baat bij hebben. Hun nagedachtenis wordt door deze offerhandelingen nl.  
  verankert in het bewustzijn van de betrokkenen, en daarmee ook hun deugden.  
  Vanuit het perspectief van de sterflijken/overledenen valt dit te  
  beschouwen als een vorm van voortleven na de dood. We zien dit verband tussen  
  'offeren aan voorouders' en 'onsterfelijkheid' dan ook in vele culturen terug.  
     
  Samenvattend komen we nu uit bij 12 tekens, met ieder 12 tempels = 144 tempels,  
  en twee looprichtingen. Het heden buiten, het verband tussen verleden en toekomst  
  (het potentieel) binnen.  
  De chronologische voortgang door de tekens is het ontmoeten van de uitwerkingen  
  uit het verleden (= de actualiteit), chronologische voortgang door de tempels is het  
verinnerlijken en herinneren van bewustzijn. (40)  
     
  Resteert nog de vraag hoe de tempels en tekens zich tot elkaar verhouden,  
  hoe de tempels de samenstelling van de tekens vormen.  
  In het hart van ieder teken bevindt zich het mysterie van de verdubbeling.  
  Hier bevinden zich twee identieke tempels voorzover ze beiden het karakter hebben  
  van het teken waarin ze zich bevinden. Vergelijkbaar met een chromosomenpaar.  
  Deze tempels vormen a.h.w. de binnenkant van het dierenriem-teken en het raakvlak  
  met de maan-(fasen)-banen.  
     
  Daarmee ben ik dan met enkele grote sprongen bij de maan-baan karakteristieken  
  aangekomen die extra aandacht vragen.  
  Aangezien we nu niet meer zozeer naar kwantiteit (horizontale tekens) alswel  
  naar kwaliteit gaan kijken (verticale tempels), verdient de ellips-vormigheid van de  
  maanbaan, de ei-vormigheid, nadere beschouwing.  
  Terug naar het centrum van tekening 1 dus.  
   
 
eivormige maanbaanAfb.37
   
     
Priapus vormt de kiem, het potentieel, hetgeen ontwikkeld wordt. (41)  
     
  'Die overvloed van deugd bevat, ontvangt dwalend als een kinderlijke.  
    Wespen, spinnen, schorpioenen, slangen schaden het niet.  
    Schreeuwerige vogels en roofdieren grijpen het niet.  
     
    Diens beenderen week, diens spieren zwak, maar de greep stevig.  
    Onwetend van de gemeenschap der seksen,  
    maar met opgericht orgaan  
    door de volkomenheid van diens essentie.  
     
    De ganse dag schreiend maar niet hees,  
    door de volkomenheid der harmonie.  
    Wie iedere dag harmonie kent weet,  
    dat dagelijkse harmonie verlicht. (...)'  
    (TTT LV)  
     
  In de latere Westerse alchemie komen we hiervoor ook het symbool van de  
  foetus tegen (die in de baarmoeder verblijvend niet door neus of mond ademt)  
  of dat van de (eventueel onder een schild verborgen) Pad (die gevoed wordt  
  door moedermelk of druiven) en in sprookjes opduikt als de Verborgen Prins.  
  Als vogel zien we hierbij de pauw afgebeeld.  
   
  ...........................................kikker prinsAfb.38  
     
  Zwarte Maan vormt het hoogst verbeeldbare.  
     
  'Het wezen van het dal sterft niet;  
   men noemt die de duistere moeder.  
   De poort van de duistere moeder;  
   wordt wortel van hemel en aarde genoemd.  
   Ragfijn en eindeloos, schijnbaar substantieel;  
   kent wie daarop steunt geen inspanning.'  
    (TTT VI)  
     
  Samen met Zwarte Maan verbeeldt Priapus 'Getrouwheid in het centrum' (#61)  
  en vormt het hexagram 'Innerlijke Waarheid'. De broedende hen die onverstoorbaar  
  voor uiterlijke invloeden de hoogste natuurwetten volgt.   
     
  '(...)  
    Beauty is truth, truth beauty -that is all ye know on earth,  
    and all ye need to know.'  
    J.Keats (1795-1821)  
    in 'Ode on a Grecian Urn'  
     
Dit kan de eerste schepping genoemd worden; de voor-wereldlijke schepping. (42)  
     
  Enige andere symbolen die hierbij wel gebruikt worden:  
  Het witte paard dat de grenzen van tijd en ruimte kan overschrijden, de  
  onbevlekte ontvangenis, eenvoud als kenmerk van het ware, de eenhoorn, de  
  kraan(vogel) en haar jong, de reiger, de visser, de parel, de dauw, de menhir (der  
Galliërs), de nachtegaal, de merel+jong, Sophia, de pelikaan, de zwaan, de veer. (43)  
   
  .............................................PegasusAfb.39  
     
  Opmerkelijk is bovendien dat 'De Hen' bij onze voorouders de Kelten aanduiding was  
  voor 'De Godheid' terwijl 'De Grote Kraanvogel' hier synoniem was voor  
'De Wijze van het Woud' (waarover later meer). (44)  
     
  Ook bij de Zwitser Paracelsus (1493-1541) klinkt dit idee nog door:  
     
  'Zoals het vuur door een oven heen straalt,  
   zo stralen ook de sterren,  met al wat haar eigen is,  door de mens;  
   zij doortrekken hem,  gelijk de regen de aarde doortrekt,  
   welke door die regen vruchten voortbrengt.  
   Merk nu op,  dat de sterren de aarde  
   AAN ALLE KANTEN OMGEVEN, GELIJK EEN SCHAAL HET EI;  
   door de schaal heen komt de straling doordringend  
   tot in het midden der wereld.'  
   
  ..................................................PhanesAfb.40  
     
  Het onderscheiden van symbolen voor Zwarte Maan en Priapus is eigenlijk  
  misleidend. Ze vertegenwoordigen dat wat niet genoemd kan worden.  
  Het potentieel, het onzienlijke. Zelfs het spreken in de meervoudsvorm is slechts  
  in verband met de abstracte punten van de maan-baan mogelijk.  
     
  'Tau dat gezegd kan worden, is niet het durende Tau.  
    De naam die genoemd kan worden, is niet de durende naam.  
    Onnoembaar, is het oorsprong der myriade creaties.  
    Noembaar, moeder der myriade schepselen.  
    (...).'  
    . (TTT I)  
  (45)  
     
  Plaatsing van dit beeld in de tweede schepping, in die der uiterlijke lichten,  
  der bekoorlijkheden en wereldse waarden, der seksualiteit en veelheid, levert  
  ook het volgende symbool op:  
   
 
gele ring met rode naaldAfb.41
   
     
  In de Chinese cultuur wordt hiernaar verwezen als de ring met de naald (waarbij dan  
  meestal de wereldse waarden spottend voorgesteld worden als een lege ring).  
  Ook de Hindoes kennen dit symbool, als Lingam en Yoni, maar dit voert ons op het  
terrein der chakra's die hier nog niet aan de orde zijn. (46)  
     
  Nog iets verder geabstraheerd wordt dit symbool een kruis (+) of cirkel met stip  
  (zon); respectievelijk zijaanzicht en boven-/onderaanzicht.  
     
  De horizontale balk van het kruis representeert daarbij de (uiterlijke) zonneweg,  
terwijl de verticale balk de innerlijke weg symboliseert. (47)  
  De cirkel met stip is symbolisch identiek aan de Egyptische hiëroglief en het  
  astrologie-symbool voor de zon.  
     
  Enige extra aandacht hieraan bestedend kunnen we uit diepe bronnen putten.  
     
  Bij Zaratushtra (lett.: 'de gouden schijf') lezen we :  
     
  'Want, Wijze-Heer, Gij zijt het, uit wie de Heilige Geest is voortgekomen.  
    De Heilige Geest is Uw innerlijk aspect,  
    zoals de wereld Uw uiterlijk aspect is:  
  Dezelfde wereld, die Gij hebt getooid met bloeiende landouwen.  (48)  
    De wijze weet, dat uw uiterlijk en uw innerlijk aspect in een   
    onafscheidelijke eenheid zijn verbonden.'  
    (Yasna 47[3])  
     
  Waarna hij deze twee-eenheid vervolgens nader beschouwt:  
     
  'Het goede onderscheidt zich van het slechte slechts hierdoor,  
    dat het in overeenstemming is met de wil des Vaders.  
    Het is de Heilige Geest, die aan deze wil reliëf geeft.  
    De Heilige Geest staat los van wereldse waardebepalingen zoals  
    armoede, rijkdom of aardse macht.'  
  'De stem van de Heilige Geest is nooit mis te verstaan.  
    Tegen het slechte spreekt Hij een ondubbelzinnig: Neen!'  
  'De Heilige Geest is als een laaiend vuur,  
    waarin eens de ganse werkelijkheid tot waarheid zal worden gelouterd.  
    Dan zal de scheiding tussen goed en kwaad definitief zijn:  
    Het kwaad zal verteerd worden, het goede opwaarts geheven.  
    Nog is het niet te laat om aan deze waarschuwing gehoor te geven.  
    Wendt Uw oren dus niet af.'  
    (Yasna 47[4], 47[5], 47[6])  
     
  Bij de Brahmanen (lett.: 'Scheppers') vinden we de stip in het zonnesymbool  
  o.a. als volgt omschreven:  
     
  'Gij draagt in uzelf een heerlijke vriend, die gij niet kent,  
    want God is in het innerlijk van ieder mens,  
    maar slechts weinigen vermogen hem te vinden. (...).'  
     
  en:  
     
  'Dit, mijn atman in het binnenste van mijn hart,  
    kleiner dan een rijstekorrel of een gerstekorrel of een mosterdzaadje  
    of een gierstekorrel of de kern van een gierstekorrel,  
    is groter dan de aarde, groter dan het luchtruim,  
    groter dan de hemel, groter dan alle werelden.'  
    (Tsjândogya Oepanisjad)  
     
  Bij Lau Tzu vinden we een ander aspect van deze stip toegelicht:  
     
  'Zwaar is de wortel van licht.  
    Rust is onrust's meerdere.  
    Zo verheft een bovenpersoonlijke zich dagelijks op diens baan,  
    zonder van de grote lastwagen te wijken.  
    (...)'  
    ( TTT XXVI )  
     
  waarna hij vervolgt met:  
     
  'Alhoewel een ommuurde rustplaats bezittend,  
    blijft deze er onbewogen en rustig boven.  
    Hoe zouden de tienduizend rijtuigen des konings,  
    luchthartig kunnen zwerven onder de hemel?  
    In luchthartigheid verliest hij zijn grondslag,  
    in onrust brengt hij zijn meerdere voort.'  
   
  ............................................eenhoornAfb.42  
     
  Of we nu de cirkel met stip als zonnesymbool opvatten, of als abstractie van  
  de dierenriem met de aarde/maan als centrum of als kosmos met centrum,  
  is slechts een kwestie van schaalgrootte. Voor het bevattingsvermogen is  
  de zon wellicht nog de best hanteerbare symboliekdrager, de beste  
  plaatsvervanger.  
     
  Ook bij Jezus Christus treffen we dit beeld aan:  
     
  'Ons leven is niets anders dan een weg naar de volmaaktheid,  
    die uit de betrekking tot God en de naaste vorm heeft aangenomen.  
    Stelt men zich God voor als het middelpunt van een cirkel,  
    dan leidt onze weg naar God via de straal van deze cirkel  
    en naarmate alle zoekenden het middelpunt naderen,  
    dus dichter bij God komen,  
    komen zij op dezelfde wijze ook dichter bij elkaar  
    en naarmate zij dichter bij elkaar komen,  
    komen zij ook weer nader tot God, het een hangt van het andere af.  
    De liefde tot God is een voorwaarde voor de liefde tot de mensen  
    en omgekeerd.'  
     
  De zon, hoewel slechts zwerver langs de kant van de weg (nl. op de zonnebaan),  
  draagt dus het potentieel in zich van het principiële (verticale) van de maanbaan,  
  hetgeen echter uitsluitend tot z'n recht kan komen als de energie naar  
  binnen/boven gericht wordt; a.h.w. opgedragen wordt aan het ideële.  
     
  Indien de energie daarentegen in ijdel enthousiasme naar buiten wordt  
  gepresenteerd gaat de innerlijke waar(dig)heid verloren en krijgen we  
  dienovereenkomstig geen hartelijkheid en respect maar verachting en beledigende  
  behandelingen te zien (saturnus).  
  Dit zal zich weliswaar niet snel openlijk tonen, maar eerder de vorm aannemen van  
  'lippendienst' en 'vormelijkheid', waarbij de zich koning wanende dan in wezen  
  gezien wordt als dierlijk, of beter gezegd als object dat gebruikt, verkocht en weer  
  weggeworpen kan worden.  
   
  .................................fossiele wagenAfb.43  
     
  Zodra de (geleende) zonneënergie dan op begint te geraken kan de schijn niet  
  meer opgehouden worden en blijft de innerlijke leegte over (zoals de lege cocon  
  van een rups wiens transformatie niet gelukt is).  
  Bij gebrek aan innerlijke waar(dig)heid valt de waarde van anderen vervolgens niet  
  meer waar te nemen, hetgeen uiteindelijk resulteert in diepe eenzaamheid en  
  tiranniek gedrag.  
     
  Hoe dit te vermijden?  
     
  '(...)  
   De klinker regeert door  
   het hart te ledigen,  
   de buik te voeden,  
   de wil te verzwakken,  
   het beendergestel te versterken.  
   Hij brengt duurzaam teweeg,  
   dat het volk zonder weten is en geen begeerten heeft.  
   Hij stelt zeker dat de weters niet durven handelen,  
   opdat er zonder opzettelijkheid niets is, dat ongeregeld ware.'  
    (TTT III)  
     
  Het hart is nu symbool voor de naar buiten gerichtheid der hartstochten, de buik  
  is symbool voor de verzamelplaats van innerlijke waarden. De wil is hier symbool  
  voor het (horizontale) vooruitgangsdenken, het beenderstelsel staat symbool  
  voor de ruggengraat, het (verticale) karakter. Dat het volk zonder weten en  
  begeren is en de weters niet durven handelen verwijst naar de Zwarte Zon  
  (in Kreeft)/ Diamant (in Steenbok)-as van de zonnebaan, die de lagere,  
  versplinterende kennis symboliseert in tegenstelling tot de weg der klinker; de  
integrerende wijsheid. (49)  
   
  ..................................zeven wijzen in het bamboebosjeAfb.44  
     
  Waar de Zwarte Zon/Diamant-as vrijwel statisch is en het wetend handelen  
  symboliseert dat op z'n hoogtepunt de vernietiging in zich draagt (zoals iedere  
  wereldse ontwikkeling die tot z'n uiterste gevoerd is),  
  daar toont de bewegende as van Zwarte Maan/Priapus het terrein van de  
  wijsheidsontwikkeling, de geestelijke expansie die geen grenzen kent en welke  
  zich niet voordoet als uiterlijke plichtsbetrachting, geregeld door beloning en straf,  
  maar als innerlijke drang-uit-liefde die in zichzelf de bevrediging draagt voor haar  
  doen en laten.  
     
  We herkennen de twee assen ook als kennis(levens)boom en wijsheids(levens)boom,  
  waarbij echter aangetekend moet worden dat deze begrippen door elkaar heen  
  gebruikt worden in verschillende culturen. (De Joodse traditie hanteert deze  
  symboliek bijv. vaak precies omgekeerd t.o.v. de hier gehanteerde benaming,  
  overeenkomstig het daar gangbare idee van de verbannen Sjechina.)  
     
  Ter illustratie van de universaliteit van (deze) boomsymboliek nu een citaat van de  
  Soefi-dichter Rumi, die deze twee assen beschrijft in 'De valstrik voor de reiziger' :  
   
  .................................alchemistische grondslagAfb.45  
     
  'De koning van de liefde  
    zendt zijn koninklijk vaandel naar de stad van het hart.  
    Dit wordt opgesteld op de kruising waar hart, geest, lichaam en ziel  
    tezamen komen.  
    Hij neemt de koninklijke slotvoogd van het verlangen gevangen  
    en bindt het eigenzinnige zelf vast met touwen van het zoeken  
    en brengt het naar de plaats van de executie van het hart.  
    Daar bij de voet van het vaandel van de liefde  
    wordt het hoofd van het verlangen afgehakt met het zwaard van zekr  
  en opgehangen aan de boom van de devotie.'  (50)  
     
  Bij Lau Tzu kunnen we hierop a.h.w. het vervolg lezen:   
     
 
blader pijltjes
   
     
wijsbegeerte kip en ei 2