Een nauwkeuriger benadering gaat als volgt:  
     
  - De baan van de maan om de aarde = één maancyclus.  
    Een maancyclus duurt 27.3 dagen (Siderisch). *)  
  - De omwenteling van de maan om haar as is identiek aan de omwenteling van de   
    aarde om haar as (zodat ze ons altijd haar zelfde zijde toont).  
  - De baan van aarde+maan om de zon geeft cyclusfasen van 29.5 dagen  
    (gemiddelde zonnetijd) hetgeen overeen komt met 29.6 dagen (Siderisch).  
     
  12 fasencycli is dan 354.9 dagen (Siderisch),  
  13 maancycli is dan 354.9 dagen (Siderisch)  
  Het volledige fasenjaar duurt dus zo'n 355 dagen.  
     
  *) Siderische tijd is het zelfde als sterretijd. Voor astronomische en astrologische berekeningen wordt de  
  tijd tot uitgangspunt genomen die de aarde nodig heeft voor een hele wenteling om haar as. Dit wordt  
  gemeten met behulp van een vaste ster als referentiepunt. Het verschil tussen de gemiddelde (zonne)dag  
  en de sterredag is niet erg groot. De gemiddelde (zonne)dag, zoals die in het dagelijks gebruik gehanteerd  
  wordt als tijdseenheid van 24 uur, komt overeen met een sterredag van 24 uur 3 min. 56 sec. 555t.  
  Oftewel: 1 'gewone' dag = 1.002739 sterredag.  
     
     
  Numa Pompilius (715-673 BCE), de 2e koning van Rome, voerde o.a. een op  
  de schijngestalten van de maan gebaseerde kalender in.  
   
  .............................................maanfasentabelAfb.375  
     
  Volledigheidshalve wil ik hier ook de technische kant nog even toelichten.  
  Voor begrip van deze introductie is het rekenwerk echter bijzaak, zodat dit  
  desgewenst genegeerd kan worden.  
  De in het dagelijks gebruik gehanteerde tijd heet eigenlijk 'de gemiddelde tijd' of  
  'ware zonnetijd'. Deze is gebaseerd op een denkbeeldige zon, die zich met een  
  constante snelheid in de equator beweegt en in dezelfde tijd een omloop volbrengt  
  als de werkelijke zon in de ecliptica.  
  Indien de werkelijke zon direct als basis van de tijdrekening gekozen zou worden,  
  kregen we ongelijke dagen.  
   
  ............................................dertien manenAfb.376