Albert Einstein beweerde o.a. dat energie gelijk is aan massa met een bepaalde
snelheid (E=MC2).
Enigszins vereenvoudigd zou hieruit afgeleid kunnen worden dat er eigenlijk
geen massa bestaat, maar slechts energie in verschillende toestanden.
 
De moderne fysica komt inderdaad tot zo'n conclusie. Wat we in het dagelijkse leven
als objecten (met massa) zien, is slechts te wijten aan de grofheid van onze
zintuiglijke waarnemingsinstrumenten (de ogen). Wat we zien zijn eigenlijk tijdelijk
gecomprimeerde, gestolde energieklonters. Op atomair niveau blijkt dit 'gestolde
zijn' een zeer dynamisch proces van kleine deeltjes met een elektromagnetische
lading. Op subatomair niveau (de moderne micro-fysica), verdwijnt zelfs het idee
van deeltjes als objectief waarneembare afzonderlijke eenheden. Er is nog slechts
sprake van elektromagnetische velden met 'verdikkingen'. Als een oceaan van
energie waarin alles vervloeit.
Aangezien zodoende alles tot één groot veld behoort (of het nu sterren, tafels,
deeltjes, plasma of frequenties betreft) en ieder van dit geheel alle andere delen
beïnvloed, bestaan er geen absolute scheidingen. Geen vaste grenzen tussen
'objecten' en 'waarnemenden'. In dit veld is er sprake van 'energieverdichtingen' en
'veldlijnen' (= een soort wegen van de minste weerstand waarlangs de
energieverdichtingen zich verplaatsen). Zodoende is er 'voorspelbaarheid' en
'waarschijnlijkheid' van deze bewegingen.
De veldlijnen bewegen echter eveneens, zodat het moeilijk is om op dit niveau van
'beheersbaarheid' te spreken in de gebruikelijke natuurwetenschappelijke betekenis
van het woord. Hier ziet de moderne wetenschap zich dan ook voor het dilemma
geplaatst dat de gebruikelijke definiëring van 'objectief/wetenschappelijk' in zijn
vooronderstelling een onmogelijkheid blijkt te zijn. Indien waarnemen (=het richten
van energie) het waargenomene verandert, is de volgende conclusie dat geestkracht
die zich concentreert, formerend op het energieveld inwerkt. (Een conclusie waar
alleen onze moderne Westerse cultuur zich over blijft verbazen). Bij Plato lezen we
al: 'De geest bouwt het lichaam'.
In z'n uiterste consequentie leidt deze conclusie zelfs tot een
natuurwetenschappelijke erkenning van de schepping als één groot idee...
 
 
'Niet naar mij, maar naar de samenhang luisterend
  is het wijs met mij te zeggen dat alles één is.'
  (Uit: Fragmenten. Heraclitus; 540-ca. 480 BCE)
 
[Kort voor zijn dood beargumenteerde W. Heisenberg (1901-1976 CE), de vader van
  de moderne Quantum theorie, dat er in wezen geen fundamentele deeltjes
  bestonden.
  Slechts enkele daar achter liggende symmetrieën zouden als archetypen van stof
  en geest beschouwd kunnen worden. In deze visie is materie reeds geen
  'fundamentele realiteit' meer, maar de manifestatie van iets dat achter het
  materiële ligt.
  Ook dit idee treffen we overigens reeds bij Plato aan, onder de naam 'ideële
  vormen'.]