In deze tekening zien we de verhouding weergegeven tussen de horizontale
(seizoensgebonden) herbergensfeer met grove planetaire indeling en de fijnere
verticale (voorouderlijke) logementensfeer met circumpolaire 'sterren'. Zodra we de
Zwarte Maan/Priapus-as in de tempels plaatsen, verwijst deze (met bijbehorende
logementen) niet meer naar het strijdtoneel der dualiteiten (tekens, maanfasen of
planeten) maar naar de kosmos, als naaf van het aardse zonnestelsel. De Zwarte
Maan is nu de hoogste (levende, dynamische) verbeeldings-mogelijkheid van het
Ene. Evenals bij Lau Tzu is de 'jongeling' nu hèt symbool der liefde.
 
Bij noot 43 zagen we al een afbeelding van Zhuang Zi (Chuang-tzu) die opmerkelijk
veel gelijkenis vertoont met de hier gegeven afbeelding van 'jongeling-met-staf'.
Met dit verschil, dat Zhuang Zi zich in de uiterlijke wereld bevindt en
dienovereenkomstig eerbiedwaardig-oud afgebeeld is.
En om nog een stapje verder te gaan in de symboolduiding; de ondersteuning
biedende staf van Krishna heeft in deze afbeelding de vorm van een t, een Tau.