Bij de toewijzing van edelstenen aan locaties op de dierenriem wordt de turkoois  
  meestal bij Vissen geplaatst. De turkoois is een van de weinige edelstenen die niet  
  schittert.  
   
  .....................................turkooisAfb.508  
     
  De aanwending van edelstenen (als 'medicijn' of als 'charm') is niet zo ongevaarlijk  
  als het lijkt. Niets ter wereld is geheel goed of kwaad. Zoals de mens bestaat uit  
  de harmonie tussen lichaam en ziel, zo bestaan dieren, planten èn stenen uit een  
  innerlijk/psychische- en uiterlijk/materiële kracht. (De verschillen laat ik hier  
  maar buiten beschouwing.)   
     
  Het hoog achten van het uiterlijke, het lichaam, en het versterken en bevorderen  
  van fysieke kwesties, heeft behalve een op mededogen gefundeerde  
  welzijnsbevorderende kant ook een kleine schaduwzijde. Het is fysieke groei ten  
  laste van geesteskrachten. Toepassing van edelstenen bij allerhande kwaaltjes  
  en gelegenheden neigt dan ook naar het terrein van de wil, de individuele willekeur,  
  in plaats van bescheidenheid en overgave aan de bovenpersoonlijke  
  (voor)bestemming.  
   
  ..................................hogepriesterAfb.509  
     
  O.a. om deze reden werden stenen en kruiden vroeger slechts als geneesmiddel  
  ingezet onder de woorden 'Zo God wil' (in het Midden Oosten en Europa) of onder  
  aanroeping van Hemel en Aarde (in het Verre Oosten). De geneeskracht,  
  grotendeels voortkomend uit de bovenpersoonlijke sfeer, kan bovendien slechts  
  effectief ingezet worden indien het bijbehorende idee (dat in plant of steen  
  vorm aannam) in de 'genezer' reeds verwerkelijkt is. (Je kunt niet doorgeven wat  
  niet minstens in aanleg bij je aanwezig is.)  
  Bovendien bestaat er nog het gevaar van 'tegen het grotere plan in helpen'.  
  Wie kent de grens tussen zinvol- en overbodig leiden/lijden? Om nog maar te  
  zwijgen over het gevaar om allerlei onrijpe wensen vervuld te krijgen.  
     
  Het teveel aandacht besteden aan de materiële krachten is niet alleen een uiting van  
  ijdelheid (dat in dit geval makkelijk kan ontaarden in fetisjisme) maar gaat tevens  
  ten koste van geesteskrachten. De aan het fysieke toegevoegde krachten zullen na  
  verloop van tijd 'geleend' blijken te zijn. Ze worden weer teruggegeven aan de aarde.  
  De strijd voor het lichaam valt uiteindelijk niet te winnen. Het overgeven aan de ziel  
  is daarentegen zonder gevaar. (Zie ook noot 62.)  
     
  'Tau baart een,  
   een baart twee.  
   Twee baart drie,  
   Drie baart de myriade creaties.  
   De myriade creaties dragen het duister beginsel op hun rug,  
   en omhelzen het lichtbeginsel in hun centrum.  
   Door vermenging der adems komt samenklank.  
   Wat onder de hemel waarlijk gehaat wordt,  
   is alleenstaand, verlaten en graanloos zijn.  
   En toch noemen koningen en prinsen zich zo.  
   Is vermindering soms niet vermeerderend,  
   vermeerdering soms niet verminderend?  
     
   Daarom:  
   Wat het volk leert, zal ik 's nachts beraden en dan anderen leren.  
   De krachtigen en vasten sterven immers niet natuurlijk;  
   ik zal dat tot vader der lering nemen.'  
    (TTT XLII)  
     
  Waarna hij vervolgt met:  
     
  'Het zachtste onder de hemel,  
   galoppeert triomfantelijk zwervend over het hardste onder de hemel.  
   Niet-zijn,  
   zwerft in wat geen tussenruimten heeft.  
   Daardoor ken ik het vermeerderende van niet-doende-zijn;  
   weinigen onder de hemel kunnen dit.'  
    (TTT XLIII)  
     
  Dat het nu juist de latere Taoïsten waren die vervielen tot (stenen)magie lijkt het  
  toppunt van ironie, maar was waarschijnlijk onvermijdelijk in het Vissentijdperk  
  (waarover later meer). Het probleem zit hem nl. niet zozeer in de stenen of de  
  vooronderstelde genezende werking (het is zelfs de hoogste geneeswijze, die op  
  het niveau der oorzaken, in het onbewuste, inwerkt), maar in de wijze waarop er  
  mee omgegaan wordt.  
  De term 'Diamant' is hiervan een goed voorbeeld. Ze is zowel toepasselijk als  
  misleidend. 'Steen' is wat dat betreft waarschijnlijk nauwkeuriger. Het gaat nl. niet  
  zozeer om de uiterlijk hoog gewaardeerde koolstof-structuur van de  
  gemonopoliseerde delfstof Diamant (door de familie Beer; vgl. Diamant/Grote- +  
  Kleine Beer + poolster) als wel om de Silicium (=kiezel)-structuur (die uit twee  
  tegen elkaar geplaatste piramides bestaat).  
     
  Silicium is na zuurstof het meest voorkomende element, dat ¼e van de aardkorst  
  vormt. De naam Silicium is afgeleid van het Latijnse Silex, d.w.z. 'Vuursteen'. Het zijn  
  juist de carbonaten (koolstof-verbindingen) zoals Diamant en krijt die de uitzondering  
  vormen onder de gesteenten. De silicium-verbinding met zuurstof (Si02) levert het  
  zand, kwarts, bergkristal, amethist, opaal, agaat, jaspis enz.  
  Zou het hardste, oudste, onbeweeglijkste en uiterlijk duurste, wel het geschiktst  
  kunnen zijn om een heilzame werking teweeg te brengen?  
  De samenklank, de harmoniërende werking, slaat pas aan als de intentie over komt.  
  En dat kan pas bij vertrouwen, onschuld, en overgave aan de kant van degene die  
  het steentje als hulpkracht ontvangt en bij een duidelijk afgebakend doel van de  
  kant van degene die het steentje doorgeeft.  
   
  hoofdAfb.510  
     
  Hoe meer het uiterlijke en maatschappelijk hoog gewaardeerde der stenen op de  
  voorgrond komt en hoe meer het bewustzijn zich er mee bemoeit, (door sceptische  
  besprekingen en onderzoek van de werkingsmechanismes) of zelfs door het uiten  
  van de geestdrift (vgl. #161) en het daardoor oproepen van jaloezie en nijd,  
  hoe minder diep het symbool overgedragen kan worden op het onderbewustzijn.  
  Hoe minder mogelijkheden tot 'aanslaan'. De helende, harmoniërende werking op  
  het lichaam is nl. een symboolimpuls op het niveau van het onderbewustzijn, van  
  waaruit alle lichamelijke kwesties energetisch gedirigeerd worden.   
     
  Hoe minder ego (hoogmoed, ijdelheid, eigenzinnigheid) hoe sterker de werking.  
  Slechts wie ontvankelijk is kan ook ontvangen. Zo gaat het bij alle 'faith healing'.  
  De steen-kristallen functioneren daarbij als een soort van batterijtjes die een  
  elektromagnetische impuls (aanhoudend en daardoor versterkt) door kunnen geven.  
     
  Het ware niet-doende zijn (Woe Wei), slechts bewegend in overgave op het niveau  
  van het onderbewustzijn, hoe zouden daar veel mensen aan toe kunnen zijn?  
  Wie de esoterische idee-krachten, welke door de edelstenen belichaamd kunnen  
  worden, uiterlijk hanteert, in het bereik van het bewustzijn, het spreken, kan er  
  niet zeker van zijn dat de omgeving ondersteunend/opbouwend zal reageren  
  zodat de kans groter wordt dat de aansterkende/veredelende werking afdwaalt.  
     
  Het vanuit de woestijn van Silicon-valley in aantocht zijnde 'Diamanttijdperk' (de  
  opvolging van het 'informatietijdperk') voorspelt dan ook enorme problemen uit  
  onverwachte hoek (Uranus) t.g.v. de nano technologie. Dit zouden bijv. bij het  
  Waterman tijdperk behorende 'aardschokken' kunnen worden. Ondanks de  
  schitterende perspectieven als universele kracht-hulp is het sterk de vraag of deze  
  miniatuur technologie nog wel een beheersbare technologie kàn zijn.  
  De Diamant is van oudsher nl. de grens van de beheersbaarheid der menseninvloed.  
  We zagen dit al bij de voor-Egyptische cultuur. (Terwijl de Oud-Egyptische kalender  
  het einde der (Vissen)tijd en de overgang naar het Watermantijdperk ook ongeveer  
  samen laat vallen met het verwachtte door breken van de atoom-manipulatie;  
  de nano-technologie-toepassing op industriële schaal tussen 2010 en 2020 CE.)  
     
  'Weten het niet-weten is hoog.  
   Niet van niet-weten weten is een ziekte.  
   De klinker is niet ziek,  
   omdat deze ziek is van die grootse ziekte.  
   Daarom niet ziek.'  
    (TTT LXXI)