Dit artikel over het bestuurslidmaatschap is "klassiek". In stichtingen met een groot bestuur worden vaak allerlei constructies bedacht om bestuursleden door belanghebbenden aan te kunnen stellen en weer af te kunnen zetten. Dit lijkt weliswaar democratischer -en dat is het in feite ook bij grote organisaties- maar bij een kleine stichting die bij voorkeur zo kleinschalig mogelijk blijft en haar activiteiten liefst zo snel mogelijk afstoot naar verzelfstandigde juridisch autonome organisaties, werkt zo'n belangenverstrengeling juist averechts. Daar is het beter om alles zo veel mogelijk door het bestuur zelf te laten regelen.

Wat hier niet opgenomen staat is de gelegenheid om zelf een ongewenst bestuurslid te verwijderen. Bij zo'n klein bestuur zou dat op een coup neer komen. Dan maar liever een patstelling die langs natuurlijke weg tot het opstappen van het hele bestuur leidt (omdat ze hun taken niet meer kunnen vervullen). Naar leeftijd discriminerende bepalingen zijn ook achterwege gelaten, evenals regels die bestuurslidmaatschap uitsluiten voor mensen die in financiƫle problemen terecht zijn gekomen.

Artikel 298 Boek 2 van het BW luidt als volgt:

1

Een bestuurder die:
a. iets doet of nalaat in strijd met de bepalingen van de wet of van de statuten, dan wel zich schuldig maakt aan wanbeheer, of
b. niet of niet behoorlijk voldoet aan een door de president der rechtbank, ingevolge het vorige Artikel gegeven bevel {om inlichtingen te verstrekken waaruit opgemaakt kan worden dat het bestuur ter goeder trouw heeft gehandeld}, kan door de rechtbank worden ontslagen. Dit kan geschieden op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van iedere belanghebbende.

2

3

De rechtbank kan, hangende het onderzoek, voorlopige voorzieningen in het bestuur treffen en de bestuurder schorsen.
Een door de rechtbank ontslagen bestuurder kan gedurende vijf jaar na het ontslag geen bestuurder van een stichting worden.

 

Het steekwoord: "anderen" geeft aan dat het in dit artikel gaat om de eenheid/tegenstelling tussen "wijzelf" en "de ander". Het plaatje geeft aardig aan dat het hierbij een eenheid van tegendelen betreft. Het heeft ook met wederzijds respect te maken en met de manier waarop er relaties met de buitenwereld onderhouden worden. (Wat eerst "eigen" was verandert in "niet-meer-eigen"). 

Het omgekeerde gebeurt hier ook, dat het niet-eigene tot "wij" wordt, maar daarvoor zijn geen regels opgenomen. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn wanneer de stichting tot een fusie zou besluiten. Eventuele bepalingen daarover zouden in artikel 7 thuis horen.

terug naar 7

map pijltje